Passend onderwijs drijft ouders tot wanhoop

Bijna vijf jaar geleden werd passend onderwijs ingevoerd. Met als doel passende ondersteuning voor ieder kind – zoveel mogelijk binnen het reguliere onderwijs. Helaas constateren we dat het onderwijs heel vaak niet passend is. Niet zelden met ernstige gevolgen voor kinderen en hun ouders. Wanneer het misgaat? Op het moment dat een kind meer nodig heeft dan de (lichte) ondersteuning die een reguliere school standaard biedt. Dan wordt het onduidelijk wie verantwoordelijk is voor een passend aanbod, wie de rekening betaalt voor aanpassingen en wie besluit wat de juiste weg is voor een kind. Gevolg is dat ouders van het kastje naar de muur worden gestuurd. Met hun rug tegen de muur voelen ouders zich tot wanhoop gedreven.


Wat er niet goed gaat met passend onderwijs

Er is veel kritiek op de uitvoering van passend onderwijs. Vanuit het onderwijs zelf en vanuit ouders. Het levert een zorgelijk beeld op. Ouders met een kind met een extra ondersteuningsbehoefte worden van het kastje naar de muur gestuurd. Scholen ontwijken de zorgplicht door bij aanmelding allerlei belemmeringen op te werpen. Ouders krijgen dan te horen dat zij hun kind beter niet in kunnen schrijven of de school geeft hen in gedrag en houding het idee dat hun kind niet welkom is. Wanneer het kind al op school zit, ligt de focus teveel op ‘wat het kind heeft’ – en te weinig op ‘wat het kind nodig heeft’. Ouders ervaren druk vanuit school om hun kind te laten diagnosticeren. Terwijl bijna de helft van de ouders dit geen goede ontwikkeling vindt. In de praktijk blijkt bovendien dat de diagnose vaak wordt gebruikt om het kind te verwijzen. En niet om passende ondersteuning te realiseren. De term ‘handelingsverlegen’ wordt te vaak gebruikt om de verantwoordelijkheid voor een kind ergens anders neer te leggen. En als ouders het niet eens zijn met de aanpak van de school, worden zij regelmatig geconfronteerd met druk vanuit school of het samenwerkingsverband. Deze hebben een veel sterkere positie dan ouders. Als scholen zich niet aan de regels houden, blijkt het voor ouders praktisch onmogelijk om hier wat aan te doen.

Hoe meer ondersteuning, hoe minder tevreden

Ouders van kinderen die niet veel extra ondersteuning behoeven, zijn over het algemeen tevreden over de ondersteuning die de school biedt. Een kwart van de ouders is hierover minder tevreden. Gelukkig is de ondersteuning in de meeste gevallen passend, het contact met de school goed en heeft de school voldoende kennis. Wordt er specifiek gekeken naar ouders van wie het kind meer nodig heeft dan lichte ondersteuning, dan is het beeld minder rooskleurig. Ouders zijn het veel minder vaak eens met de geboden ondersteuning. Het contact is veelal minder goed en de school heeft te weinig kennis en tijd voor de specifieke behoeften van het kind.

Situaties vaak schrijnend

Ouders willen niets liever dan dat het goed gaat met hun kind op school. Als dat niet zo is merken zij dat vaak als eerste. Dat geldt ook in het geval van niet-passende ondersteuning. Kinderen worden thuis onhandelbaar of storten emotioneel volledig in. Ouders kijken aan de zijlijn vaak machteloos toe en voelen de urgentie voor passend onderwijs – dat wél toereikend is – dagelijks toenemen. Ook ouders ondervinden schade en worden in moeilijke situaties geplaatst. Wanneer het realiseren van een passend aanbod te lang duurt, zorgt dat voor enorme frustratie. Dat geldt ook wanneer kinderen te snel richting een andere niet-passende plek worden geduwd zonder overeenstemming met ouders. Dit met nog te vaak ernstige persoonlijke problemen en/of thuiszitten als gevolg. Als ouders het er niet mee eens zijn, of klachten hebben, stagneert daarmee snel de ondersteuning. Klachtenprocedures duren te lang en bieden niet de oplossing die ouders er van verwachten. Dat sommige scholen dreigen met een melding bij Veilig Thuis – wanneer ouders niet willen meewerken aan een voorgestelde aanpak – zet de dan toch vaak al schrijnende situatie nog verder onder druk.

Mijn zoon is hoogbegaafd. De basisschool gaf hem geen extra ondersteuning. Daardoor werd hij steeds onrustiger en ging steeds moeizamer naar school. Ondanks mijn herhaaldelijke gesprekken en verzoeken gebeurde er niets. Inmiddels zit hij thuis met burn-out klachten. Vandaag werd in het multidisciplinair overleg besproken dat ze niets voor mijn zoon kunnen doen. Ze vinden passend onderwijs voor hem een te grote tijdrovende investering. Ik geef hem nu zelf les met eigen aangeschaft lesmateriaal en ben zelf maar op zoek gegaan naar een passende school. Hij is inmiddels aangemeld voor voltijd hoogbegaafdenonderwijs, maar de wachttijd is een jaar, het schoolgeld bedraagt €1450,- per jaar en de school is 35 kilometer verderop. Wat moet ik nu?

Wat moet er veranderen?

Dat er iets moet veranderen is duidelijk. Maar wat dan precies? Voor het slagen van passend onderwijs is het essentieel dat het aanbod bij het kind past en dat ouders de aanpak steunen. Het is dus cruciaal dat ouder en kind centraal komen te staan en niet het systeem, deelbelangen of geld. Ieder kind heeft het recht op leren en ontwikkelen. De leerplicht zou daarom moeten worden vervangen door een leerrecht voor alle kinderen. Zorg ervoor dat ieder kind op maat kan leren, dan kunnen de vrijstellingen worden afgeschaft. Bovendien moet er geen verschil gemaakt worden in geoorloofd en ongeoorloofd verzuim, zodat je ieder kind dat even afwezig is op school in beeld krijgt. Richt daarnaast de aandacht op het zo vroeg mogelijk bieden van ondersteuning – en niet pas als er al heel veel problemen zijn. Dat betekent ook dat de leerkracht nog beter ondersteund moet worden en dat deze makkelijk hulp moet kunnen inschakelen indien nodig. En dat er indien noodzakelijk een andere school gevonden moet worden die de aanpak uit kan voeren. De steun en bijdrage van ouders is fundamenteel voor het slagen van passend onderwijs. Ouders moeten altijd serieus genomen worden. Zij moeten zich eigenaar voelen van de gekozen aanpak.